Hardloopster Annemerel de Jongh trainde zestien weken als een topatleet en schreef er een boek over

Wat gebeurt er als je vier maanden traint, eet en leeft als een topsporter?

Dat lijkt een moeilijk te beantwoorden vraag. Hardloopster en freelance journalist Annemerel de Jongh deed het en geeft in haar boek Trainen als een topatleet, antwoord op deze vraag.

Het boek is samengesteld als een dagboek en geeft bijna per dag weer hoe Annemerel toeleeft naar en traint voor een marathon. Daar zijn meer boeken over geschreven, klopt! Dit boek is toch net weer even anders.

Ten eerste is Annemerel een vrouw (de meeste boeken over marathons zijn geschreven door mannen!). En dan: ze traint niet als amateur, maar gaat zestien weken lang leven als een topsporter. Een pro. Ze krijgt er alle mogelijke professionele begeleiding bij. Ze wordt omringd door een sportarts, trainer, voedingsdeskundige, sportpsycholoog en fysiotherapeut.

Ja, daar kun je best een beetje jaloers op worden. Ik in ieder geval wel. Hoe heerlijk moet het zijn om je helemaal te kunnen focussen op een doel als het lopen van de marathon in een toptijd. Je omringd voelen door een topteam. Je hoeft alleen maar met jezelf bezig te zijn.

Als amateurloper, moet je -mits je prestaties wilt neerzetten- toch veel schipperen als het gaat om trainingsuren. Er is ook nog een baan, een gezin, familie. Ga er maar aan staat als je dan een ‘goede’ marathon wilt lopen. Of een halve marathon, een snelle tien kilometer en ga zo maar door. Het zal menig loper niet vreemd voorkomen dat mensen om je heen in je teleurgesteld raken omdat je weer een feestje afzegt vanwege een training of een loop. Dat je niet mee-eet omdat je nu eenmaal een ander eetpatroon volgt. Of dat je je vakantie wilt combineren met juist die ene loopwedstrijd. Herkenbaar?

Dat zal bij Annemerel wel van een leien dakje gaan met al die ondersteuning. Nope, niets van waar. Halverwege het boek volgt het hoofdstuk: keuzes maken. Aha! denk je als fanatiek loper en lezer. ‘Zij dus ook’. Inderdaad. Zelfs zij (freelance job, dus eigen tijd indelen en geen gezin) moet keuzes maken. Ze ligt vaak al supervroeg in bed omdat ze ’s morgens vroeg een training moet afwerken. En familie en vrienden ziet ze ook steeds minder. Het is soms best een eenzaam bestaan en de trainingen zijn op een gegeven moment flink! Dat is dan nauwelijks nog een keuze te noemen, meer een ‘must’ om haar doel te halen. En dan is bijna kotsend over de finish komen, geen uitzondering. Je moet het maar willen.

Natuurlijk, het blijft haar eigen keuze. Zoals dat ook voor amateurlopers het geval is. Maar als na ieder hoofdstuk de opsomming volgt van haar totale aantal gelopen kilometers in de voorafgaande week, het aantal trainingsuren, en het aantal uren aan middagslaapjes, krab je je als lezer wel eens achter de oren. Het wordt alsmaar meer, niet normaal meer!

Leuk is wel dat ze in datzelfde overzicht ook haar hoogte- en dieptepunt van die week omschrijft. Het is soms toppie joppie en even zo vaak zakt ze in een dal, ofwel fysiek ofwel geestelijk. Die fysiotherapeut en sportpsycholoog zijn er duidelijk niet voor niets bij betrokken.

Hoe het afloopt, of ze het haalt en hoe, verklap ik hier niet. Daarvoor moet je het boek lezen. Maar of het interessant en onderhoudend is? Absoluut. Het leest als een trein. Naast alle verhalen over trainingen en wedstrijden tref je veel info over trainingsvariaties en voeding. En daar kan iedere loper zijn voordeel mee doen. Of je nu zoals Annemerel 30 jaar bent of zoals ik, 55. ik kan het boek absoluut aanraden aan wie goed wil lopen, lekker wil lopen en zichzelf daarin wil ontwikkelen, op welk niveau dan ook.

Annemerel de Jongh:
Voordat ik dit boek in handen kreeg, kende ik Annemerel niet. Ze blijkt best ‘bekend’ en vlogt en blogt al jaren (www.annemerel.com). Over haar leven, haar vele trainingsuren, marathons en schreef eerder al twee boeken: Live, Love, Run en Ik heb geen zin.

Trainen als een Topatleet – Bruna uitgevers

Laten we het even over hardloopsetjes hebben

En dan bedoel ik geen ‘geliefden’

Toen ik nog echt een groentje was in hardloopland, trainde ik in een oud voetbalbroekje van een van mijn zoons en een ‘gewoon’ shirtje. Mijn schoenen waren zeker al meer dan drie jaar oud. Ik had geen benul.

In mijn optiek moesten de benen het doen, en niet de outfit. Ik moest zelfs een beetje lachen om al die kleurige shirtjes met recente marathondata erop die lopers droegen. Ik vond het maar patserig staan. En dan heb ik het nog niet gehad over die kousen die over de kuiten gaan en frivole broeken en broekjes. Niks voor mij.

[even een stilte]

Wel wat voor mij natuurlijk! Ik neem al mijn vooroordelen over hardloopkleding terug, want een sportwinkel is inmiddels voor mij een snoepwinkel geworden.

Echt heel veel hardloopkleding heb ik nog niet echt (ik hoor verhalen over kasten vol shirtjes en broekjes, bij mij is het nog slechts één lade), maar het begin is er. Hoe het werkt? Als je eenmaal een beetje aan die renverslaving toegeeft, begint het: ‘ik heb zo hard getraind, dat ik die mooie sportbroek wel verdiend heb’. Of: ‘die halve marathon, ja… daar heb ik echt nieuwe schoenen voor nodig’. En dan de klap op de vuurpijl: ‘Ik heb niks om aan te trekken!’

Dat zei je misschien als puber als je die felbegeerde 501 jeans wilde, maar als ‘volwassen loper’ gaat dit natuurlijk nergens over. Je hebt setjes genoeg, maar je hebt gewoon zin in een nieuwe loopoutfit. Zo lekker!

Niets op tegen dus, maar ik verbaas me toch iedere training weer over het feit dat geen enkele loper hetzelfde draagt. Er is klaarblijkelijk veel, heel veel keuze. Van soms een mazzeltje of een goedkope voltreffer tot een uitzinnig setje van een even uitzinnige prijs (lees: reteduur). Het is maar net wat je wilt en wat je portemonnee toelaat.

En weet je wat me ook opvalt: lopers zien het direct als een van hun maatjes iets nieuws aan heeft. ‘Hé, heb je nieuwe schoenen?’. ‘Goh, wat een goeie kleur, dat shirt. Nieuw zeker!’. Nee, dat loopclubje vormt een modewereldje op zich. Het is wachten op de eerste lopers op de catwalk! Of moet ik zeggen: catrun!

ps; dat voetbalbroekje heb ik nog. Zit zo verdomd lekker… niet doorvertellen!

#jvBBlog