Hoe heppie is de hardloper nou echt?

Naar aanleiding van het overlijden van Jan Mokkenstorm. 

Als ik schrijf over hardlopen is het regelmatig naar aanleiding van een fijn trainingsloopje, een lolletje onderweg, een nieuwtje. Zelden gaat het om iets ernstigs. 

We weten het; insta en Facebook worden vooral gevuld met heppie de peppie berichten. Is ook prima, en ik doe er vrolijk aan mee. Tegelijkertijd kan ik het nu niet nalaten om iets serieuzers te melden, dat me aangreep vlak voor een trainingsrondje met mijn loopmaatjes. Op zondagmorgen. 

Op zondag zijn er -al vroeg in de ochtend- prachtige televisieprogramma’s die naar mijn mening echt ergens over gaan. Als ik tijd heb zet ik dat tijdens mijn ontbijt en de eerste kop koffie even aan. Kan nog net voordat ik de deur uit moet. 

De Verwondering is zo’n programma dat ik graag zie. Mooie gesprekken van Annemiek Schrijver met een inspirerende gast. Die ochtend zit daar een programma voor dat ik herken als een herhaling. Waarom een herhaling? En dan ineens weet ik het… hij is dood. Kan niet anders. 

Mijn vermoeden klopt. En het maakt het gesprek waar ik naar luister nog meer bijzonder. Jacobine Geel interviewt psychiater Jan Mokkenstorm. De man is 57, oprichter van 113 zelfmoordpreventie. 

Goeie kop, recht-door-zee verteller. Zijn missie: niemand mag eenzaam of radeloos sterven door zelfmoord. Hij richtte tien jaar geleden 113 zelfmoordpreventie op om het taboe dat rustte op zelfmoord zoveel mogelijk weg te nemen. 

‘Mede ingegeven door zijn eigen ervaring met depressie en suïcidaliteit, ontstond zijn fascinatie voor de hulp aan mensen in ernstige emotionele crisis’, schrijft de 113-site. Hij wist van diepe dalen en de wens om er een eind aan te maken.

Ik luister en kijk. En denk: depressieve gevoelens die leiden tot zelfmoordgedachten, een poging, een daad. Hoeveel mensen? Was het niet zo dat psychiater en hardloper Bram Bakker running-therapie in het leven riep? Niet voor niets. Hoeveel hardlopers hebben met depressieve gevoelens en nog erger te kampen? 

Als je je een beetje in het hardlopen verdiept, weet je dat er enorm, echt enorm veel lopers zijn. Er zijn heel veel zondagochtendgroepjes zoals dat van mij. Na al die loopjes tref je heel veel foto’s op social media van die groepjes. En op al die foto’s: lachende lopers. Bezwete koppen. Kleurrijke outfits. Een en al vrolijkheid en sportiviteit. 

Schijn? Hoeveel van deze mensen zitten op zondagmiddag somber thuis… Hoeveel zijn er gered door een rondje hardlopen? 

Ik heb vragen, heel veel vragen en kijk ondertussen geboeid naar Jan Mokkenstorm. 

De radicale vernieuwer, de bevlogen psychiater, die in liefde voor zijn patiënten het roer omgooide als het ging om de benadering van de mens met zelfmoordplannen. Want, zo vertelde hij eerder aan een Volkskrantverslaggever, de patiënten werden in de jaren tachtig en negentig anders behandeld. Ze zouden maar manipuleren met zelfmoord en werden daarom hard aangepakt door psychiaters. Daar kwam Mokkenstorm van terug. Veranderde zijn houding ten opzichte van deze patiënten, wilde ze bijstaan en richtte vervolgens 113 op. 

Mokkenstorm overleed deze maand (juli 2019) aan alvleesklierkanker. 

Leeftijd en lopen

Op het fietspad dat een lange slinger van hardlopers laat zien op de vroege zomeravond, haakt hij aan. Vervolgens blijft hij achter me lopen. De eerste tien minuten doet het me niets, daarna voelt het irritant. Een loper die lange tijd achter je en daardoor uit de wind loopt en je vervolgens op de laatste kilometers voorbij raast. Dat ken ik.

Ik ben echter te vroeg met dit oordeel, want hij blijft rustig bij mijn loopmaatje en mij lopen en vertelt zelfs dat hij niet van plan is om ons in die laatste kilometers achter zich te laten. Sterker nog, hij zegt op een kilometer of 8: ‘dit is mijn eerste halve marathon en ik ben al 54, dus dan weet je het wel’.

Ik glimlach een beetje voor me uit. En hoop dat mijn loopmaatje (net 40) op zijn woorden ingaat. En ja hoor. ‘Oh, dat is nog niks. Gewoon doorgaan, je hebt nog een loopleven voor je’, zegt ze. Nu is het zijn beurt om te glimlachen. En ik kan er niets aan doen, ik moet het gewoon zeggen: ‘ik ben 55’. Case closed.

Ik neem het maar als een compliment, want hij achtte ons ervaren ‘jongere’ lopers die nog wel een versnelling in de benen hebben. Gelukkig kan ik daar aan tegemoet komen in de laatste drie kilometers tot de finish. Dat lukt me niet altijd, maar ik heb een goede dag. Hij finisht een paar minuten achter me en we doen handjeklap.

Een paar weken later doe ik een training op zaterdagochtend en tref Ria. Ria is bijna 78 jaar en vertelt me honderduit over haar loopjes. Ze heeft heel wat halve marathons op haar naam staan. Ze lijkt nu trouwens ook fluitend mee te kunnen komen. Haar motto: ‘als je gezond en fit bent en er plezier in hebt, kan iedereen hardlopen. De snelheid doet er minder toe’.

Ik vind Ria een heldin. Een nuchtere fitgirl op leeftijd, maar hé… die leeftijd. Ik geloof niet dat het er vandaag toe doet. We trainen 3 x een 1600 meter. En drinken daarna een kop koffie. ‘Ik hoop op die leeftijd ook nog zo te lopen’, zeg ik haar na afloop. ‘Gewoon het ene been voor het andere’, antwoordt ze lachend.