Waarom ik hardloop


Het was bijna drie jaar geleden voor mij meteen raak, het lopen. Pakte wel ’s wat kilometers, maar vanaf enig moment voelde ik me meer en meer hardloper worden. Nu weet ik dat dat om meer gaat dan louter rennen. Wat dan? 

Ik vertel erover aan de hand van ervaringen en anecdotes. Dingen die ik zie en hoor en me herinner. 

Deze keer over: wat Wennemars zei…

Ik vond het de beste tekst sinds tijden. “Dat je moet stoppen op je hoogtepunt. Onzin. Ik-stop-nooit.” Was getekend: topsporter Erben Wennemars. De uitspraak was prominent in de aankondiging gegooid in de dagen voordat het televisieprogramma ‘Meer dan Goud’ werd uitgezonden. 

Bijna 44 moet Wennemars nu zijn. Schaatser in hart en nieren, en inmiddels ook marathonloper (knappe tijden!). Een streber wordt hij genoemd, iemand die altijd wil winnen, iemand die niet kan stoppen. Precies, waarom zou hij. 

Hij wordt duidelijk gelukkig van sporten, en het liefst een beetje fanatiek. Zijn beste sportmoment, het moment waar hij het meeste van geleerd had, was de val in Nagano, zo vertelde hij in de uitzending. En dat terwijl niet alleen z’n schouder naar z’n mallemoer was, maar ook een droom in duigen viel. 

Wennemars bleef en moedigde aan

Tegelijkertijd gebeurde er iets bijzonders. Wennemars ging niet naar huis zoals vakantie-skiërs doen met een gipsvlucht. Hij bleef, moedigde zijn maten aan, en voelde zich -inclusief mitella- op en top atleet. Hij bleef deel uitmaken van die groep, die gelukkig wordt van sporten. En soms ook even niet… 

Over dat gevoel wil ik het wel even hebben. Hoe gelukkig is gelukkig? En wat doet dat dan? Je zou bijna zeggen: wat moet je ermee? 

Omdat je er gelukkig van wordt, Juul

Een week geleden, core- en krachttraining. Klein zaaltje, bloedheet, en maar squaten, burpees doen, lunges uitvoeren. Allemachtig, best zwaar. Hé hallo, ik ben 55! Dat laatste zei ik niet. Het schoot even door me heen. Ik was er de oudste. Deed niet onder voor de rest, sterker nog. Enfin, maar ik ging wel even kapot. 

Wat ik wel tegen mijn trainingsmaatje zei: ‘waarom doen we dit?’ Roepend: ‘omdat je er gelukkig van wordt, Juul’. Vooral dat ‘Juul’ kwam binnen, en ik wist dat ze gelijk had. Je gaat soms helemaal tot je het snot voor de ogen ziet, maar wat is dat toch lekker. Na die tijd, natuurlijk. 

Dat niet iedereen dat gevoel heeft of kent, begrijp ik heus. Niet iedereen is fanatiek, houdt van sporten of sporten op deze manier, heeft er de tijd voor etcetera. In mijn geval: ik kreeg het eigenlijk wel een beetje met de paplepel ingegoten. ‘Als je iets doet, doe je het goed. Ga je ervoor.’ Was het motto bij ons thuis vroeger. Ik herinner me nog zo een schaatstraining die mijn vader gaf (kernploeg jaren zestig) aan ons als meidengroepje. Ik moet een jaar of elf geweest zijn. En maar rondjes rijden en maar door die benen zakken en maar snelheid maken in de bocht. Het was de tijd van voor de klapschaats, van voor strakke pakken. Maar er werd net zo keihard getraind. 

Hij ging door tot het eind, en waarom niet?

Zo deed mijn vader dat zelf ook. Hij ging ervoor. Ondanks dat hij ziek was. Of misschien wel dankzij. Als je met je kop in de wind aan het hardlopen bent of aan het schaatsen (toen alleen maar buitenbanen) en het gaat ook nog eens regenen en je benen gaan pijn doen en je moet nog flink wat kilometers. Reken maar dat je dan voelt dat je leeft. Hij ging door tot het eind. En waarom niet?

Stoppen op een hoogtepunt? Laat me niet lachen. Wat is dan dat hoogtepunt? Niet die medaille. Het is voor mij (en ik meen ook mijn pa in die tijd) een constant gevoel van leven. Van vrijheid, van blij zijn, en heel soms van euforie. Bij een pr-etje of een loopje dat goed gaat. Een bocht die vloeiend loopt, een blokje versnellen dat even heel makkelijk gaat. Het zijn allemaal kleine speldenprikken waar je het achteraf over hebt, over opschept, of er nog veel meer van wilt. Het maakt niet uit; het is waar je het voor doet. 

Een fit lijf, een heldere kop. Ik heb het nodig in het leven en daar heb ik veel voor over. Ik ga er zo lang mogelijk mee door. Stoppen of het ‘rustiger aan gaan doen’ (blaahhh) omdat je een bepaalde leeftijd bereikt? Welnee joh! Mijn pa werd 37, hij had die keuze niet. Ik ga door.